Christus Koning

Artikel in Kerk en Leven over Christus Koning

Onderstaand artikel verscheen onlangs in Kerk en Leven over de viering op Christus Koning.

Verslag door Bartel:

Op zondag 24 november vierden we met de jongeren van de Chiro het feest van Christus Koning. Omdat het de laatste zondag is van het kerkelijk jaar -vooraleer we de advent ingaan- noemen we het een ‘feestdag’. “Je zou kunnen zeggen, het is de ‘oudejaarsavond’ van de kerk. Zo kunnen we het feest van Christus Koning hier beschouwen. De naam klinkt wat vreemd en bovendien -als we er niet bij nadenken- ook wat misleidend. Maar wat zegt het verhaal? Laten we eerst luisteren…”, spoorde Sanne ons bij het begin van de woorddienst aan.

De Chirojongens en -meisjes, groot en klein, uit De Pinte tekenen heel goed present. De blokken links en rechts van het altaar, én de middenbeuk kleuren mooi beige, rood en blauw. We zingen het intredelied uit volle borst mee. Het lied klinkt bijzonder uitnodigend:

‘Open de deuren, kom nu maar naar binnen.

Niemand blijft buiten, niemand blijft alleen.

Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt.

Niemand blijft achter, doe maar met ons mee’

Pastoor Piet verwelkomt ieder van ons: “We zijn als broers en zussen die in deze kerk samenkomen omdat één bijzonder Iemand ons geroepen heeft. Dus, grote en kleine mensen, van waar ook gekomen, allemaal welkom! Niemand blijft achter, doe maar met ons mee.” Met het boek van Nico ter Linden in de hand, vertelt pastoor Piet het bijzonder verhaal van de ‘Koning van de Joden’. Het is het verhaal waarin men met Jezus spot door Hem een doornenkroon op zijn hoofd te zetten en Hem een purperen mantel aan te doen. Maar wat zegt het verhaal ons werkelijk? Sanne loopt met de micro naar de middengang en keert zich om met de blik naar het kruis dat boven het altaar hangt gericht: “Dàt is het beeld voor het feest van onze oudejaarsavond hier. Dat is het beeld en het verhaal van vandaag: geen schitterend orgelpunt, geen applaus, geen vuurwerk, maar een verhaal vol eigenaardigheden en merkwaardigheden.” Sanne staat stil bij drie aspecten van dit bijzonder ‘feestverhaal’.

 1. “ ‘WAT ALS’ het verhaal was afgelopen aan de voet van het kruis? Aan de finale van een kerkelijk jaar mogen we toch een hoogtepunt verwachten, niet? Jezus zijn hoogtepunt is blijkbaar het dieptepunt, zo net voor zijn sterven. Het kruis is de hoogste trede om Jezus voor te stellen. Wij worden vandaag aan de voet van het kruis geplaatst om na te denken over wie Hij is.

‘WAT ALS’ het verhaal hier gedaan zou geweest zijn? Dan zou het geen hoogtepunt en dus geen feest zijn geweest… Maar het verhaal is niet gedaan, we weten dat er een vervolg is. We weten dat een mens zijn verhaal niet gedaan moet zijn op zijn diepste, op zijn moeilijkste punt. Dat geeft te denken. Dat geeft hoop!”

2. “We worden voor dit verhaal meegenomen naar een heuvel net buiten Jeruzalem. Schedelplaats heet die plek. Het is een plaats waar misdadigers worden terechtgesteld. We vinden er Jezus en twee andere misdadigers. De soldaten en het volk lachen omdat hij als ‘zoon van God, als koning van de Joden’, niet eens zichzelf van het kruis kan afhelpen. Eén van de misdadigers lacht en spot mee: ‘Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan hij niet redden.’ De evangelist die het verhaal voor ons in de bijbel heeft geschreven, wil vooral deze uitlating beklemtonen omdat we zouden inzien dat Jezus inderdaad en vooral niet gekomen is om ‘zichzelf’ te redden. Wel om anderen te redden.

‘WAT ALS’ ervoor wie een misstap heeft begaan, geen plaats meer zou zijn in Gods koninkrijk. Wel, hier en vandaag horen we dat er wel plaats voor is. Dat geeft te denken… en het geeft mij hoop!”

3. “Er hangt een bordje met de letters ‘INRI’ boven op het kruis. ‘Jezus van Nazareth, koning van de Joden’ staat erop. De titel verwijst naar de beschuldiging die geldig is om Jezus aan het kruis te nagelen. Nochtans was hij niet zo een bedreiging voor de heerser: een man die eet met zondaars, die op een ezel rijdt, die omgaat met zieken en die door een vrouw gezalfd wordt. Wat is daar nu bedreigend aan? Een koning zonder macht, zonder troon, die droomt van en werkt aan een rijk waar niet eens plaats is voor macht. Toen ik over deze viering nadacht besefte ik hoe gemakkelijk wij dat ook doen: mensen een etiket opkleven. Soms is het niet eens veroordelend bedoeld, maar heeft het wel dat effect.

Het etiket van: ‘Gij hebt geen kleren van het juiste merk, of geen papieren.’ Dus jij hoort er niet bij.

Het etiket van: ‘Gij hebt iets mispeuterd of mij iets gedaan.’ Dus gij zijt nu voor altijd weg uit mijn leven.

Het etiket van: ‘Gij zijt niet van mijne club.’ Dus ge telt niet mee in het spel dat we spelen.

Weet je, als we mekaar al een etiket geven, als we het al doen, dan moet het misschien ook wel zijn “om anderen te redden”.

Etiket van ‘arm’: wel ik ben blij dat ik u kan helpen.

Etiket van ‘verdriet’: wel ik ga bij u blijven.

Van ‘gij een handicap’: wel voor mij zijt ge toch 100 % mens en telt ge mee.

‘WAT ALS’ dat koninkrijk waar zou worden …”

We bekomen even van dit bijzonder verhaal en maken ons klaar voor het dankgebed. Pastoor Piet roept de jongsten bij zich aan tafel. “We gaan proberen het in onszelf heel stil te maken, heel stil in onszelf. Als dat lukt, dan kunnen we misschien iets vermoeden, iets horen of iets voelen van een God die heel dicht bij ons is.”

Zoals het op een feest hoort, wordt er veel en goed gezongen, veel en goed geluisterd, veel en goed gebeden. Naar het einde van de viering toe, neemt de leiding vooraan voor het altaar plaats en zingt het Chirolied: “Wat is Chiro meer dan spel. Een stuk van jezelf, ’t zit onder je vel. Waar iedereen mee beweging maakt dat is Chiro als je ’t mij vraagt! … Want vreemd wordt vriend en klein is groot. In onze ploeg valt geeneen uit de boot. … Met vriendschap, inzet en samenspel. Want iedereen is bij ons van tel.”

Met deze mooie woorden sluiten we een bijzondere feestdag af.

Bartel Janssens